Energie in Beeld

De Klimaatmonitor gebruikt gegevens die zijn gebaseerd op de meterstanden van gas- en elektriciteitsmeters. Ook in Energie in Beeld, een internetportaal van de netbeheerders, worden dergelijke gegevens gepresenteerd. Rijkswaterstaat ontvangt regelmatig vragen over door gebruikers geconstateerde verschillen tussen de gegevens in de Klimaatmonitor en die in Energie in Beeld.

Onderstaand leest u de belangrijkste oorzaken van verschillen tussen de gegevens in Energie in Beeld (EiB) en in de Klimaatmonitor. Deze verschillen zijn besproken met de regionale netbeheerders:

  • EiB is niet compleet. De gas- en elektriciteitsleveringen via de netwerken van de nationale netbeheerders TenneT en Gasunie Transport Services (GTS) en enkele regionale netbeheerders als Delta zijn niet opgenomen;
  • EiB bevat geen gegevens over het energiegebruik van Verkeer en Vervoer, de Klimaatmonitor wel;
  • EiB bevat minder gegevens over Hernieuwbare opwek dan de Klimaatmonitor;
  • EiB splitst tussen zakelijk en particulier. Een fors deel van de woningen valt onder het zakelijk verbruik, bijvoorbeeld woningen die via blokverwarming worden verwarmd. Het particuliere gebruik in EiB is daardoor niet vergelijkbaar met het verbruik van woningen in de Klimaatmonitor. Ook het zakelijke verbruik in EiB is niet vergelijkbaar met het zakelijke deel in de Klimaatmonitor, omdat het zakelijke verbruik in EiB ook verbruik van woningen bevat;
  • De koppeling van de meters aan de klanten achter de meters gebeurt in EiB minder goed dan bij de gegevens in de Klimaatmonitor. De gegevens in de Klimaatmonitor worden geproduceerd door CBS in opdracht van IPO, 28 gemeenten en Rijkswaterstaat/het ministerie van Infrastructuur en Milieu. CBS beschikt over een schat aan gegevens over de ‘klant achter de meter’, die de netbeheerders niet hebben;
  • EiB mag net als de Klimaatmonitor een deel van de gegevens niet publiceren vanwege de herleidbaarheid naar individuele bedrijven. De Klimaatmonitor maakt daarvoor bijschattingen, waardoor totalen voor de relevante sectoren gemaakt kunnen worden. Het aandeel ‘onbekend’ is daardoor veel lager dan in EiB, en in veel gemeenten is dit zelfs 0;
  • De Klimaatmonitor past jaarlijks de relevante CO2-emissiefactoren aan. Dit is vooral voor elektriciteit relevant. EiB doet dat eens per 10 jaar. In die 10 jaar treden verschillen van 20% op;
  • EiB is actueler.
  • In EiB kan men inzoomen tot postcode (PC5 of PC6), in de Klimaatmonitor tot wijk (zakelijk) of buurt (woningen). De Klimaatmonitor biedt toegang tot kaartlagen in de Nationale Energieatlas, waarin gas- en elektriciteitsgebruiken per postcode gepresenteerd worden;
  • In de Klimaatmonitor wordt het energiegebruik uitgesplitst naar 5 woningtypes en naar huur en koop.