SER-Energieakkoord

Het SER-Energieakkoord voor duurzame groei uit 2013 vormt de basis voor een breed gedragen, robuust, toekomstbestendig energie- en klimaatbeleid tot 2030. Ruim veertig organisaties verbinden zich aan dit akkoord. Het gaat om onder andere VNG, IPO, UvW, Rijksoverheid, natuur-, milieu- en andere maatschappelijke organisaties.

Het Energieakkoord bevat afspraken over energiebesparing, schone technologie en klimaatbeleid. Uitvoering moet resulteren in een betaalbare en schone energievoorziening, werkgelegenheid en een duurzame economie.

Om gemeenten te helpen heeft VNG een programma Energie opgesteld.

Rijksoverheid

De rol van het Rijk in de uitvoering van het SER-Energieakkoord is als volgt over de verschillende ministeries verdeeld:

  • Ministerie van Binnenlandse Zaken
    Verantwoordelijk voor het stimuleren van energiebesparing in de gebouwde omgeving (bestaande bouw en energieprestatie nieuwbouw), via afspraken met corporaties en financiële instellingen. Zie ook Duurzaam bouwen en verbouwen op de website van de Rijksoverheid
  • Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
    Verantwoordelijk voor (randvoorwaarden) opwekking duurzame energie, energienetwerk, innovatiebeleid, oplaadinfrastructuur, klimaatbeleid, faciliteren/ondersteunen lokaal klimaatbeleid
  • Ministerie van Financiën
    Verantwoordelijk voor financiële/fiscale randvoorwaarden, energiebelasting
  • Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
    • Directie Mobiliteit: CO2-reductie in transport en mobiliteit
    • Directie Milieu en Internationaal: luchtkwaliteit, duurzaam inkopen, Omgevingswet, internationale afspraken CO2-reductie en adaptatie (EU en VN), samenwerking met ambassades
    • Directie Water en Bodem:  waterveiligheid
  • Ministerie van Buitenlandse Zaken
    Internationale projecten mitigatie en adaptatie

Energieakkoord-cirkel