Klimaatagenda: weerbaar, welvarend en groen

In 2013 heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) de 'Klimaatagenda: weerbaar, welvarend en groen' opgesteld. De Klimaatagenda biedt een stabiel beleidskader tot 2030 om te komen tot een duurzaam welvarende economie. En tot een samenleving die voldoende is toegerust op klimaatveranderingen.

De inzet van het kabinet loopt langs drie thema’s, die zijn vertaald in 8 actielijnen:

De Klimaatagenda: weerbaar, welvarend en groen is te downloaden via de website van de Rijksoverheid.

Thema: Brede coalities voor de klimaataanpak

Actielijn 1: Ruim baan voor de energieke samenleving

Om de genoemde doelen te kunnen bereiken wil het kabinet gebruik maken van de energie die vele andere partijen hebben voor klimaat en duurzaamheid. Het kabinet heeft groot vertrouwen in de kracht van deze ‘energieke samenleving’. Daarom gaan we bijvoorbeeld door met Green Deals en met de diverse coalities.

Actielijn 2: Inbedding van klimaat in het buitenlands beleid

Een ambitieus klimaatbeleid vergt een groot aantal acties op internationaal terrein. Twee belangrijke actiepunten zijn:

  • het realiseren van de Nederlandse bijdrage aan de internationale klimaatfinanciering
  • het inspelen op de kansen die er liggen voor het bedrijfsleven

Thema: Adaptatie

Actielijn 3: Naar klimaatrobuuste vitale sectoren

Anticiperen op klimaatverandering biedt ook kansen. Wanneer de risico’s van klimaatverandering helder zijn, kan dit inzicht en een vorm van zekerheid bieden. Zo werkt het Rijk aan een strategie met risico’s en kansen. De uitkomsten daarvan worden vertaald in de Nationale Adaptatie Strategie. Het kabinet wil deze uiterlijk in 2017 gereed hebben.

Thema: Mitigatie

Actielijn 4: Naar een betere gereedschapskist voor mitigatie

Het binnen bereik brengen van emissiereducties moet en kan beter geïnstrumenteerd. Voor de grote industrie is het ETS het geijkte instrument om in de periode tot 2030 en daarna tot 2050 veel grotere reducties te bewerkstelligen. Het kabinet zet zich in voor verscherpen van het systeem. Bijvoorbeeld door tot een hogere prijsprikkel te komen door het tijdelijk uit de markt halen van rechten (backloading). En een structurele versterking door aanscherping van het ETS-plafond na 2020.
Ook streeft het kabinet bijvoorbeeld naar een strengere normering van producten in Europees verband. Strengere normering van producten op het terrein van energiegebruik, efficiëntere productie, duurzaamheid en minder uitstoot van broeikasgassen in hun levenscyclus zijn een kans.

Actielijn 5: Ruimtelijk faciliteren van hernieuwbare energie en energiebesparing

Om de sprong naar meer hernieuwbare energie en energiebesparing te maken, moet wet- en regelgeving worden aangepast. Dit om ruimte te reserveren voor deze kansrijke projecten. Bij hernieuwbare energie gaat het om wind op land en zee. Vooral de Noordzee wordt zo de hernieuwbare energiemotor van Nederland.

Actielijn 6: Naar duurzame mobiliteit

Als follow-up van het SER-Energieakkoord hebben de partijen ten aanzien van vervoer afgesproken te komen tot onder meer:

  • een gezamenlijke visie op de toekomstige brandstoffenmix
  • publiek-private samenwerking op het gebied van marktvoorbereiding en innovatie
  • bronbeleid (CO2-normen, testcycli)
  • een langjarige communicatiecampagne gericht op gedragsverandering
  • verlaging van de CO2-uitstoot door grote bedrijven
  • afspraken over de publieke laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer

Er is een breed gedragen agenda gericht op doelstellingen voor 2030.

Actielijn 7: Naar ander materiaalgebruik en een duurzame industrie

Ander materiaalgebruik kan een grote bijdrage leveren aan het voorkomen van klimaatverandering. Het gaat dan om efficiënter materiaalgebruik, meer biobased en van afval naar grondstof. Samenwerking binnen de ketens is cruciaal om de potentie optimaal te benutten. Het programma ‘Van afval naar grondstof’ richt zich op enkele specifieke ketens en op verduurzaming aan de voorkant van de keten. IenM coördineert het programma.

Actielijn 8: Naar een productievere en meer klimaatvriendelijke land- en tuinbouw

De groeiende wereldbevolking leidt tot een grotere vraag naar veilig en gezond voedsel. De opgave is dan ook te voorzien in voldoende voedsel voor iedereen, zonder dat de druk op het milieu verder toeneemt. Het kabinet wil samen met het bedrijfsleven werken aan verdere emissiereducties. Ook aan de consumptiekant kan klimaatwinst geboekt worden. Veranderingen in het menu kunnen de voetafdruk ongeveer 30% verkleinen. Dat betekent bijvoorbeeld minder consumeren van dierlijke eiwitten en het verminderen van de voedselverspilling.