Openbare verlichting in het Energieakkoord

In het SER-Energieakkoord staan de volgende doelstellingen genoemd voor openbare verlichting (OVL) en verkeersregelinstallaties (VRI's):

  1. 20% energiebesparing bij OVL en VRI's in 2020 ten opzichte van 2013
  2. 50% energiebesparing bij OVL en VRI's in 2030 ten opzichte van 2013
  3. 40% van de OVL is voorzien van slim energiemanagement in 2020
  4. 40% van de OVL is energiezuinig in 2020
  5. Rijkswaterstaat past per 2014 in tunnels energiezuinige OVL toe bij nieuwbouw en renovatie waarbij de verlichting wordt vervangen.

Het Energieakkoord is een robuust en toekomstbestendig energie- en klimaatbeleid voor de periode tot 2030. Rijksoverheid, IPO, VNG, Unie van Waterschappen en meer dan veertig andere organisaties hebben zich eraan gecommitteerd om scherpe landelijke doelstellingen na te streven.

Rijkswaterstaat bewaakt (zie pagina Monitoring) de mate waarin de doelstellingen voor openbare verlichting (OVL) en verkeersregelinstallaties (VRI's) worden gerealiseerd. Zij vraagt jaarlijks bij elke deelnemer gegevens over OVL en VRI's op, waarmee een voortgangsrapportage wordt opgesteld. Dyana Loehr van Rijkswaterstaat is coördinator voor bovenstaande doelstellingen voor OVL en VRI's, zowel voor Rijkswaterstaat als voor gemeenten, provincies en waterschappen. Gemeenten, provincies en waterschappen hebben per e-mail bericht ontvangen over de monitoring.

Volledige tekst over OVL en VRI's in het Energieakkoord:

"Voor openbare verlichting wordt gestreefd naar een versnelde renovatie van het huidige, grotendeels verouderde park.
Openbare verlichting en verkeersregelinstallaties zullen ten opzichte van 2013 20% besparing leveren in 2020 en 50% in 2030.
Op weg hiernaartoe is minimaal 40% van het bestaande openbare verlichtingspark in 2020 voorzien van slim energiemanagement en energiezuinige (led) verlichting.
Rijkswaterstaat verplicht zich ertoe dat per 2014 in tunnels energiezuinige verlichting wordt toegepast bij nieuwbouw en renovatie waarbij de verlichting wordt vervangen.
Partijen aan vraagzijde zijn gemeenten (VNG), provincies (IPO) en Rijkswaterstaat, aan de aanbodzijde FME/NLA (Nederlandse Licht Associatie) en Nederland ICT. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van de kennis en expertise die de dochters van de netbedrijven hierover hebben vergaard."

Belangrijk om te weten:

  • Deze doelstellingen gelden voor heel Nederland, alle openbare verlichting en verkeersregelinstallaties van gemeenten, provincies, waterschappen en Rijkswaterstaat tezamen. Dus niet iedere gemeenten hoeft 20%/50% energiebesparing te halen.
  • Het referentiejaar voor doelstelling 1 en 2 is 2013. Gemeenten die echter al veel energie bespaard hebben in de periode tot 2013 dragen wel bij aan doelstellingen 3 en 4 en kunnen bovendien tot voorbeeld dienen voor andere gemeenten en deze helpen.

Definitie slim energiemanagement in de OVL:

Slim energiemanagement in de openbare verlichting is het op een slimme wijze schakelen en dimmen van het lichtniveau van het openbare verlichtingspark. Het percentage slim energiemanagement is de mate waarin het totale openbare verlichtingspark is voorzien van energiemanagement-componenten en -methodieken.
Uitgangspunt is dat de wegbeheerders verantwoordelijk zijn en zorg dragen voor het juiste lichtniveau van de openbare verlichting.
Componenten die energie opwekken vallen buiten de monitoring.
Onder slim energiemanagement vallen 2 methoden:
- Anders schakelen dan het standaard zonnewendeschakelen/nachtschakelen aangeboden door de netbeheerder
- Regelen van het lichtniveau (dimmen).
Het percentage slim energiemanagement is de verhouding van het aantal lichtbronnen die met slim energiemanagement worden bestuurd en het totaal aantal lichtbronnen.

Definitie energiezuinige OVL:

Energiezuinige verlichting is de mate waarin het totale openbare verlichtingspark is voorzien van energiezuinige componenten.
Uitgangspunt is dat de wegbeheerders verantwoordelijk zijn en zorg dragen voor het juiste lichtniveau van de openbare verlichting.
De mate van energiezuinigheid wordt toegekend aan de toegepaste lichtbronnen en bijbehorende VSA/driver.
De componenten vertegenwoordigen op het meetmoment een bepaalde mate van energiezuinigheid gebaseerd op efficiëntie, effectiviteit en haalbaarheid/toepasbaarheid van dat moment.
Optelling van het aandeel energiezuinigheid per component resulteert in percentage energiezuinige verlichting.