Landbouw

Situatieschets
Emissies
Reductiemaatregelen
Wet en regelgeving
Downloads
Gerelateerde links

Situatieschets

De Nederlandse landbouw heeft te maken met emissies van de broeikasgassen kooldioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O). CO2 komt vooral vrij door verbruik van energie (gas, elektriciteit, diesel). Rundvee en opgeslagen mest zijn de belangrijkste bronnen van methaan. Lachgas komt vooral vrij uit de bodem bij bemesting. Methaan en lachgas worden weliswaar in veel kleinere hoeveelheden uitgestoten dan CO2, maar hebben een sterker effect: methaan is 21 keer sterker; lachgas 310 keer.

De Nederlandse landbouwsector draagt voor ongeveer tien procent bij aan de uitstoot van alle broeikasgassen in Nederland. De melkveehouderij heeft hierin verreweg het grootste aandeel. In de melkveehouderij is de uitstoot van broeikasgassen de afgelopen jaren wel flink afgenomen. Sinds 1990 is de hoeveelheid uitgestoten broeikasgassen met zo'n achttien procent afgenomen. Dit danken we aan mestbeleid, melkquotering en efficiëntere bedrijfsvoering. De veehouderijsectoren spelen een belangrijke rol in het verder terugdringen van de uitstoot van methaan en lachgas. Het innovatie- en actieprogramma schone en zuinige agrosectoren is gericht op een reductie van 30% van broeikasgasemissies in 2020 ten opzichte van 1990.

Emissies

CH4 (mest en vee)
In mest ontstaat methaan doordat bacteriën in de mest het organisch materiaal afbreken. De hoeveelheid methaan die wordt gevormd hangt samen met de temperatuur in de opslagruimte. Ook de hoeveelheid restanten achtergebleven mest draagt hieraan bij. Hoe korter de mest wordt opgeslagen en hoe lager de temperatuur hoe kleiner de methaanuitstoot.

Een korte opslag kan door de mest bijvoorbeeld zo vers mogelijk te verwerken door mest(co-)vergisting.
Bij de spijsvertering van vee ontstaat methaan uit veevoeder. Vooral uit de pens van herkauwers (rundvee en schapen) komt methaan vrij, maar ook varkens produceren methaan. De hoeveelheid methaan die vrijkomt uit een koe hangt met name af van het rantsoen. Hoe hoger de hoeveelheid ruwe celstof in het voer hoe hoger de methaanemissie. Op een melkveebedrijf kan wel veertig procent van de broeikasgassen vrij komen als methaan uit vooral de bek van het dier.

N2O (bodem en bemesting)
In de bodem kan de aanwezige stikstof worden omgezet in lachgas. Het lachgas uit de bodem is een belangrijke bron van broeikasgassen. Lachgas kan krijgt minder kans als er minder bemest wordt met stikstof. Dit geldt ook als het aandeel stikstof dat het gewas opneemt groter is.
Het beperkt ook de uitspoeling van nitraat en daardoor tegelijkertijd de vorming van lachgas. Naast de hoeveelheid stikstof spelen ook de soort meststof, het bemestingstijdstip, het bodemtype, de weersomstandigheden en de gewassoort een rol bij de hoeveelheid lachgas die ontstaat. Ook graslandvernieuwing is van invloed op de lachgasuitstoot.
Een deel van de stikstof spoelt uit de bodem in de vorm van nitraat. Waarbij ook elders (bijvoorbeeld in oppervlaktewater) lachgas kan ontstaan.

Naast lachgas uit de bodem is er ook emisisie van lachgas uit vaste mest.

CO2 (energie en koolstofbalans)
Door verbruik van elektriciteit, gas, diesel en eventueel andere brandstoffen, ontstaat het meest bekende broeikasgas kooldioxide. Hoe meer brandstof wordt verbruikt, hoe meer uitstoot. Door energiebesparing en de toepassing van duurzame energie wordt de CO2-uitstoot beperkt. Op een gangbaar melkveebedrijf is de bijdrage aan de totale broeikasgasemissies ten gevolge van het energieverbruik ongeveer tien procent.

Ongeveer twintig procent van het grasland is grasland op lage veengronden. In die gebieden is er nog een mechanisme verantwoordelijk voor de uitstoot van broeikasgassen. Om deze gronden geschikt te maken voor agrarische doeleinden, wordt het grondwaterpeil laag gehouden. Het veen wordt hierdoor afgebroken (klinkt in). De in het veen vastgelegde koolstof komt als CO2 vrij in de atmosfeer.

In grasland wordt veel koolstof opgenomen. Bovendien is er veel grasland in Nederland, ruim een kwart van het totale oppervlak. Maar grasland helpt onder normale omstandigheden niet om de hoeveelheid CO2 in de lucht te verminderen.

De hoeveelheid CO2 die wordt vastgelegd is ongeveer even groot als de hoeveelheid CO2 die vrijkomt. Het gras haalt CO2 uit de atmosfeer als het groeit. Maar de opgenomen koolstof komt binnen afzienbare tijd weer vrij als CO2 als het gras afsterft of door de koe als energiebron wordt verbruikt. In Nederland wordt geen verandering waargenomen in de hoeveelheid vastgelegde koolstof in de bodem. Er wordt dus onder normale omstandigheden en bij een constant areaal grasland geen extra koolstof vastgelegd in de bodem.

Reductiemaatregelen

De afgelopen jaren is veel bekend geworden over mogelijke maatregelen om emissies te beperken. Met onderstaande informatie over maatregelen afkomstig van het programma ROB kan de agrarische ondernemer zelf aan de slag. Het accent ligt daarbij op de melkveehouderij. Al zijn maatregelen gericht op mestopslag en bemesting ook toepasbaar in de varkenshouderij en akkerbouw.

Dierduurzaamheid melkveehouderij
'Een verlaging van de broeikasemissies van tien procent is relatief gemakkelijk en zonder extra kosten te bereiken, door dierduurzaamheid', zegt duurzaamheidsdeskundige Willem van Laarhoven van Valacon-Dairy. Hij schreef in opdracht van Agentschap NL het rapport 'Praktische adviezen voor dierduurzaamheid en methaan'.

Uit dit rapport blijkt dat het verminderen van de methaanemissie met zes tot tien procent relatief eenvoudig is door het toepassen van dierduurzaamheidsmaatregelen.

Verbetering van de dierduurzaamheid leidt volgens Van Laarhoven tot een lagere uitval van melkvee en tot een gemiddeld oudere veestapel. De gemiddelde melkproductie neemt toe en er is minder jongvee nodig voor de vervanging van het afgevoerde melkvee. Beide leiden tot een lagere methaanproductie per kilogram melk. In het rapport staan veel maatregelen voor het verbeteren van de dierduurzaamheid. Er is letterlijk sprake van een drievoudige win-win situatie: dierwelzijn, milieu en bedrijfskosten.

Kringloopbenadering
Een van de projecten uit het voorlichtingstraject is 'Zien is geloven' waarbij het voormalige Agentschap NL betrokken was. Dit project hanteert een kringloopbenadering als het gaat om de reductie van broeikasgassen.

Zo is het in stand houden van goed grasland een aandachtspunt voor de vermindering van de uitstoot van lachgas. Om de kringloop verder te optimaliseren moet de aankoop van krachtvoer en kunstmest verminderen en eigen voer en eigen mest beter benut. In de Noordelijke Friese Wouden hebben veel boeren op dit gebied al stappen ondernomen. Inmiddels wordt deze gedachtegang actief gepromoot en middels een eigen woudencertificaat gestimuleerd.

Lees meer over mogelijke maatregelen en praktijkvoorbeelden in de brochure De melkveehouder en het klimaat en in de download Maatregelen reductie emissie overige broeikasgassen in de landbouw.

Wet en regelgeving

Vergisting van mest is een bekende maatregel om de emissie van methaan uit de mestopslag terug te dringen. Deze maatregel is vergunningplichtig met uitzondering van het kleinschalig vergisten van mest. Meer informatie over het beoordelen van aanvragen voor het plaatsen van een vergistingsinstallatie is te vinden op de website van InfoMil onder het kopje mest.

Downloads

Gerelateerde links