Broeikasgassen

CO2 is het meest bekende broeikasgas. Naast CO2 bestaan er ook andere broeikasgassen. Dit zijn: methaan, lachgas en de F-gassen HFK's, PFK's en SF6. Deze gassen dragen in Nederland voor circa 15% procent bij aan de uitstoot van broeikasgasemissies. De emissies zijn sinds 1990 al met circa 45% verminderd. Een verdere reductie van methaan, lachgas en F-gassen is mogelijk en kan bijdragen aan het verlagen van de Carbon Footprint van producten en de doelstellingen van het klimaatbeleid.

Welke informatie kunt u verwachten

Op deze webite is de opgedane kennis van voormalig Agentschap NL en het programma ROB over niet-CO2 (of overige) broeikasgassen gebundeld. Centraal staat informatie over de broeikasgassen afkomstig uit de landbouw, koeling, WKK-gasmotoren, stortplaatsen en industrie. U vindt informatie over welke maatregelen mogelijk zijn om de uitstoot van deze gassen te verminderen. Ook treft u voorbeelden aan over best practices van succesvolle initiatieven om de emissies te reduceren.

Broeikasgassen

Broeikasgassen in de atmosfeer werken als een deken rond de aarde, waardoor de warmte van de zon niet weg kan. Kooldioxide (CO2) is het bekendste broeikasgas. De uitstoot van de andere broeikasgassen is weliswaar veel kleiner dan van CO2, maar de isolerende werking per kilogram is veel hoger. Methaan en lachgas hebben een 21 en 310 maal sterkere werking dan CO2. De meeste fluorverbindingen zijn nog vele malen sterker. Het gas SF6 is zelfs 23.900 maal sterker dan CO2.

Emissiebronnen

Methaan (CH4) is een gas dat wordt gevormd bij biologische afbraakprocessen. De belangrijkste bronnen zijn spijsvertering van rundvee, mestopslagen, afvalstortplaatsen en WKK-gasmotoren. Lachgas (N2O) komt vooral vrij uit de bodem en ontstaat door gebruik van meststoffen. Daarnaast komt lachgas ook vrij uit de chemische industrie. De fluorverbindingen HFK's komen in de atmosfeer door het ontsnappen van koelmiddel uit koel- en vriesinstallaties. De fluorverbindingen PFK's en SF6 komen vooral vrij bij de productie van halfgeleiders en hoogspanningsinstallaties.

Sectoren

De volgende sectoren staan centraal als het gaat om de terugdringing van niet-CO2 broeikasgassen:

  • Landbouw (50% van de niet-CO2 broeikasgassen)
  • Koelen en vriezen (3% van de niet-CO2 broeikasgassen)
  • WKK gasmotoren (3% van de niet-CO2 broeikasgassen)
  • Afvalstortplaatsen (16% van de niet-CO2 broeikasgassen)
  • Overige emissiebronnen